Spanten buigen

Spanten in een overnaads gebouwd schip worden meestal met stoom heetgestookt en als het hout nog heet is heel snel in een vorm geduwd en gefixeerd, zodat het hout na afkoelen de vorm blijft vasthouden. Om dat te kunnen doen moet het vocht in het hout kokendheet gestookt worden. Dat gebeurt in een stoomkist of stoompijp.

De Haven maakt gebruik van een hele goedkope maar zeer effectieve stoompijp: een PVC rioolpijp voorzien van een afsluiter met ventiel voor het inlaten van de stoom. De pijp heeft twee nadelen: je kunt niet goed zien hoeveel hout nog in de pijp zit, en de pijp vervormt als gevolg van de hitte. Het eerste probleem lossen we op door een labeltje met een touwtje aan elk spant te binden, zodat we de spanten aan het touwtje uit de pijp kunnen trekken. Het tweede probleem lossen we op door een balk als een spalk langs te pijp te binden.

De stoom dringt niet in het hout zelf door, maar zal alleen zijn hitte afgeven aan het hout en het daarin al aanwezige water. Daarom moet hout vóór het gestoomd wordt eerst een aantal weken worden gewaterd, zodat het helemaal verzadigd is. In theorie kan ook ‘groen’ hout (hout dat nooit gedroogd is, dus vers van de gekapte boom) worden gebruikt, maar hier hebben we nog geen ervaring mee. De stoom verhit het water in het hout, zodat dit ook gaat koken. Dat maakt de vezels in het hout zacht zodat het hout kan buigen. Enkele minuten nadat het hout uit de stoompijp gehaald wordt, is het hout al zo ver afgekoeld dat buigen niet meer lukt en dan ontstaat er bij het buigen een breuk. Het buigen moet dan ook heel snel gebeuren.

Wij gebruiken altijd eikenhout. Dit buigt goed en is duurzaam, zodat spanten zo’n 15 jaar meegaan. We hebben ook wel met essenhout gewerkt. Dat buigt net zo makkelijk, maar is minder duurzaam, het gaat maar zo’n 5 jaar mee. Pogingen met pseudo-accacia (een inlandse hardhout-soort) waren niet succesvol, maar dat lag waarschijnlijk aan de nerfrichting van het hout. De nerf moet namelijk precies parallel lopen aan de lengterichting van het hout. Als dat niet het geval is zal bij het buigen het hout splijten op de plaats waar de nerf aan de oppervlakte komt. Daarom is alleen kwartiers gezaagd hout, zonder knoesten en met een mooie rechte nerf geschikt om mee te buigen.

Omdat de verwerkingstijd van een heetgestookte lat maar zo kort is, moet het schip goed voorbereid worden voordat er gebogen kan worden. Alle betimmering aan de binnenzijde van het schip: de doften, potdeksels, wegering, mastkoker en mastvoet moeten worden verwijderd. Ook de oude spanten moeten worden verwijderd, al laten we om de vijf spanten één spant zitten om nog wat verband in het schip te houden, om te voorkomen dat het schip vervormt. De romp wordt dan van binnen schoongekrabd en ontdaan van stof en vuil. Met krijt tekenen we de plaats af waar elk spant komt te lopen. Dat is belangrijk omdat de spanten met koperen spijkers aan de romp worden bevestigd. De spijkers worden van buitenaf door het kokende hout geslagen (ook dat kan alleen als het hout nog heet is) en moeten in het midden van ieder spant uitkomen.

Om dit snel te laten verlopen slaan we alle spijkers alvast in de romp, zo ver dat ze net niet door de romp naar binnen steken. Aan de buitenkant ziet de boot er dan uit als een soort stekelvarken met kleine koperen stekels.

Het hout moet 30 minuten per cm houtdikte stomen om voldoende heet te worden om te kunnen buigen. Wij werken met hout van 2 cm dik, dus dan moeten we een uur stomen. Als we denken dat het hout lang genoeg gestoomd heeft, gaan twee mensen met zware hamers onder het schip zitten. Zij gaan de spijkers van buitenaf inslaan wanneer het spant op zijn plek geduwd is. Twee mensen staan in het schip om het hout te buigen. Een vijfde persoon pakt de eerste lat uit de stoompijp en geeft deze aan de buigers in de boot. Die gaan nu de lat buigen door de twee uiteinden naar elkaar toe te trekken, terwijl ze met hun voet op het midden van de lat gaan staan. Als het hout heet genoeg is, zal de lat netjes buigen en dan kan het midden van de lat tegen het midden van de romp geduwd worden. Op die plaats kunnen de mensen onder het schip de eerste spijkers gaan inslaan. De buigers in de boot verzetten nu hun voeten in de richting van de uiteinden van het spant tot het spant ook daar tegen de romp aansluit en er spijkers doorheen kunnen worden geslagen. De buigers moeten daarbij goed communiceren met de mensen onder de boot die spijkers aan het inslaan zijn, anders worden er spijkers geslagen op plaatsen waar het hout nog niet goed aansluit, of nog erger: door de voet van de buiger. Uiteraard dragen die wel veiligheidsschoenen met stalen zolen. Ook het gebruik van leren werkhandschoenen en gehoorbescherming is noodzakelijk, omdat het hout kokend heet is en het inslaan van de koperen spijkers veel lawaai maakt.

Als alle spijkers zijn ingeslagen zal het spant al goed op zijn plek blijven zitten. Om ook de buiging aan de uiteinden van de spanten mooi rond te laten verlopen, kan nog worden bijgewerkt met lijmklemmen. Als het hout wat is afgekoeld, worden de uiteinden die boven de romp uitsteken afgezaagd. Om de spanten definitief vast te zetten, worden de koperen spijkers aan de binnenkant vastgeklonken. Dat gebeurt door een koperen ‘hoedje’ over de punt van de spijker te tikken. De spijker wordt daarna net boven het hoedje afgeknipt. Het restant van de spijker dat nog boven het hoedje uitsteekt wordt met een bol hamertje platgeslagen. Daarmee ontstaat een soort propje van koper dat boven het hoedje uitsteekt. Met elke klap van de hamer zal de prop het hoedje verder over de spijker duwen zodat meer koper boven het hoedje uit zal steken. De prop wordt daardoor steeds groter en zal daardoor het hoedje nog verder aandrukken. Op die manier ontstaat een heel sterke bevestiging die nooit meer uit zichzelf loskomt.

Het vastklinken moet behoedzaam gebeuren. Wanneer te veel kracht gebruikt wordt zal de klinknagel in het hout krom buigen en ontstaat geen sterke verbinding. Juist onze jeugdleden zijn prima in staat om dit klinkwerk te kunnen doen. Een haastige volwassenen zal veel eerder de nagels krom slaan, terwijl de kinderen de kracht nog niet hebben om dat te kunnen doen. Ook bij het stomen, het aangeven van het hout en het inslaan van de spijkers werken de kinderen mee. Alleen het buigen in de boot wordt door volwassen vrijwilligers gedaan, omdat we dit te gevaarlijk vinden voor de jeugdleden.