Het overbrengen van de ambachten

Een vraag die wij als zeilvereniging nogal eens krijgen is: ‘Maar wat doen jullie dan in de winter als het te koud is om te zeilen?’. Het korte antwoord op deze vraag is: ‘klussen aan de boten’. Het uitgebreide, allesomvattende antwoord leest u hier!

In de winter staat namelijk het onderhoud aan onze zeilboten centraal. Voor de senioren betekent dat het onderhoud aan hun 16 m2-en en voor de junioren en mini’s betekent dat het onderhoud aan de klassieke houten vletten waarin zij zeilen. In dit stuk wordt alleen op het laatste ingegaan; het regulier onderhoud aan onze klassieke houten vletten.

Want om in het voorjaar weer met een mooie en veilige vlet het water op te gaan, moet er in de winter een hele hoop gebeuren. Dat begint eigenlijk gelijk tijdens het hellen van onze boten. Daar worden de kieltjes en zwaarden van de vletten gehaald. Vervolgens worden de vletten van de kar getild en grondig schoon gemaakt. Zijn de vletten goed uitgespoten en is de grootste troep onder de spanten vandaan, dan kunnen de boten naar binnen getild worden en start het onderhoudsseizoen officieel.

In ons ruim passen vier vletten en door steunbalken in ons ruim te plaatsen, passen daar nog twee vletten boven; een ruim vol met vletten dus! Begonnen wordt met het onderhoud aan de binnenkant van de vletten. Op de eerste zaterdagochtend schuren de mini’s onder begeleiding van de staf alle gelakte delen. Vervolgens schuren de junioren de boten af en worden de slechte of natte plekken in de lak gekrabd. De volgende twee zaterdagen worden de boten nog twee keer geschuurd en gelakt aan de binnenkant, zodat er in totaal drie nieuwe laklagen gesmeerd worden. Een druk programma aan het begin van het seizoen dus, maar er is altijd nog wel tijd om even te pauzeren en een spelletje te spelen tijdens de opkomsten. Voordat de boten omgedraaid worden, worden de gangen en spanten aan de binnenkant van de vletten in de lijnolie gezet. Daarna begint het onderhoud aan de buitenkant van de romp.

Ook hier wordt de eerste zaterdag eerst goed gekeken of er plekken zijn die kaal moeten worden gemaakt met een krabber. Dit gebeurt door de junioren onder begeleiding van de stafleden. De zaterdagen erna wordt er weer drie keer geschuurd en gelakt. Al met al zijn we zo’n zeven zaterdagen met het onderhoud aan de rompen bezig, maar daarna is er nog steeds veel te doen voor onze leden. Alle rondhouten, roeren, helmhouten en masten moeten namelijk ook voorzien worden van drie nieuwe laklagen. Dit gebeurt door de junioren en mini’s op de lakzolder. Hier worden na het lakwerk de roeiriemen en de vlonders in de lijnolie gezet. Een van de laatste klussen die we met de leden doen, is het verven van de randjes van onze vletten. In deze laatste periode hoeft er minder onderhoud uitgevoerd te worden, waardoor er gelukkig wat meer tijd is voor spelletjes tijdens de opkomst.

Al met al zijn we zo’n vijftien zaterdagen bezig met alle klussen die aan de vletten en de inventaris moeten gebeuren. In die vijftien opkomsten leren onze leden enorm veel over het onderhoud en besteedt de staf veel aandacht aan het veilig en leuk houden van de klussen. Het ‘makkelijkere’ onderhoud wordt vooral bij de mini’s gedaan en het meer uitdagende of precieze werk wordt door de junioren opgepakt. Omdat alle boten in hetzelfde ruim liggen, kunnen we gezellig kletsen en grapjes maken tijdens het onderhoud, waardoor het klussen eigenlijk heel vanzelfsprekend lijkt. Af en toe worden er zelfs lakwedstrijden gehouden om te kijken welke bemanning zijn boot het strakst in de lak heeft gezet.

Bij de junioren is er vaak ook nog ruimte in het programma om de leden te betrekken bij de grotere klussen, bijvoorbeeld het vervangen van gangen, het inbuigen van nieuwe spanten of het afklinken van de koperen nagels. De junioren vinden het supergaaf om zo ook betrokken te zijn bij het restauratiewerk van onze vletten en hier meer over te leren.