Ambachten

Oude ambachten bij NJV de Haven

Leden van Nautische Jongeren Vereniging ‘De Haven’ (jongeren in de leeftijd van 7 tot 18 jaar) en hun begeleiders houden kennis en vaardigheden in stand van diverse oude ambachten rond de scheepvaart, zoals bootbouwen, zeilmaken en masten maken. De technieken en gereedschappen die hierbij worden gebruikt, zijn vaak ontwikkeld in de 19de eeuw, in de vorige eeuw in onbruik geraakt, maar bij de Haven opnieuw toegepast. Nu leren de jeugdleden deze ambachten en technieken van hun begeleiders en wanneer zij op hun 18de zelf toetreden tot het begeleidingsteam, geven zij de opgedane kennis weer door aan nieuwe jeugdleden.

 

 

 

 

 

Bij de Haven is het in stand houden van deze ambachten niet het doel, maar een middel om de vloot varende te houden. Met name de overnaadse houten vletten vragen veel onderhoud en gestandaardiseerde (en daarmee goedkope) onderdelen zoals rondhouten en zeilen zijn niet te krijgen voor dit soort schepen. Voor de prijs van één mast bij een mastenmaker kun je hout kopen voor vier masten, maar dan koop je vier vierkante balken, die je zelf rond moet maken. Uit een boekje voor houtbewerking werden tips en trucs overgenomen om een vierkante balk eerst achtkantig en daarna zestienkantig te maken, en wanneer vervolgens de 16 hoekjes opnieuw worden weggeschaafd, ontstaat een balk die vrijwel 32-kantig is en daarmee praktisch rond. Dit zou met een elektrische schaaf kunnen, maar die heeft de club niet. Een haalmes is veel goedkoper en gaat bij normaal gebruik ook nooit stuk.

De eerste paal was keurig rond maar overal even dik, wat een nogal lomp effect geeft. In gedetailleerde boeken over scheepsbouw aan de Amerikaanse Oostkust werden vuistregels gevonden voor het verjongen van masten, gieken en gaffels en toen konden masten worden gemaakt die niet onderdoen voor professioneel gemaakte masten.

De Haven is een club die in de jaren ’50 is ontstaan toen een Katholieke Verkennersgroep besloot zich met ‘Waterscouting’ te gaan bezighouden. In de jaren ’50 waren oude vletten, sloepen en zestienkwadraten goedkoop te verkrijgen en de vloot was een allegaartje van wat er maar te krijgen was. Veel boten werden gratis verkregen, of gekocht voor een fles drank. Vaak waren de schepen in niet meer al te beste staat, maar met het ‘wondermiddel’ polyester konden de schepen nog een behoorlijke tijd drijvend gehouden worden. Twintig jaar later waren de boten echt op, maar was er voldoende geld beschikbaar uit eigen middelen plus gemeentelijke subsidie om in een periode van vijf jaar zeven nieuwe houten vletten te bouwen die werden gebruikt voor de jongste leden om te roeien, wrikken en zeilen op de Noord- en Zuid-Hollandse plassen.

De oudere leden gebruikten houten zestienkwadraten voor de trektochten naar Friesland. Ook deze schepen werden drijvend gehouden met een ‘doodskleed’ van polyester, maar achter het polyester rot het hout alleen maar harder weg. Eind jaren ’70 werden daarom drie polyester casco’s aangekocht die door drie bouwteams van jeugdleden, begeleiders en ouders werden opgebouwd met een multiplex dek. Sindsdien werden alle oude schepen vervangen door polyester rompen waarop de club zelf een houten dek legde. Hiermee is de eerste ervaring opgedaan met houtbewerking. Deze ervaring kwam goed van pas toen de nieuw gebouwde vletten na 10 jaar intensief gebruik problemen begonnen te krijgen met scheuren in gangen en breuken in spantjes. Opnieuw polyesteren was geen optie en laten repareren was te duur (bovendien was de bouwer, Piet Bouhuijs, inmiddels flink op leeftijd).

Omdat de gebroken spantjes als oorzaak van het scheuren van de gangen werd gezien, is begonnen met het opnieuw plaatsen van spanten in het slechtste schip. Dat was aanvankelijk geen succes. De afstand van de stoompijp naar het schip was te groot, zodat de spanten te ver afgekoeld het schip in gingen. Ervaring met houtbewerking ontbrak, waardoor er te lang gemeten en gekeken werd. En de snelheid ontbrak om de spanten heet en buigbaar op hun plek te krijgen. De poging werd gestaakt, het schip verdween in de loods en zou voorlopig niet meer gebruikt worden.

Een jaar later werden bij meer schepen breuken en scheuren in de spanten geconstateerd en moest er echt iets gebeuren. Er werd een nieuwe poging gedaan om te buigen en met wat aanwijzingen van de bouwer van de vletten, Piet Bouhuijs uit Durgerdam, werden de eerder gemaakte fouten voorkomen en lukte het wel om twee vletten van nieuwe spanten te voorzien.

Het hout dat voor de eerste vletten werd gebruikt om spanten mee te buigen was essenhout. Dat heeft de naam een zeer buigzame houtsoort te zijn. Erg duurzaam was het echter niet, na vijf jaar begonnen de nieuwe spanten al te rotten.  Inmiddels was behoorlijk wat ervaring opgedaan met buigen en stomen en werd eikenhout geprobeerd. Dat buigt eigenlijk net zo makkelijk, maar gaat veel langer mee.

Omdat de club weer aan het groeien was, moesten meer boten in de vaart worden gebracht. Ook schepen waarvan de gangen gescheurd waren moesten worden gerepareerd. De gescheurde gang werd voorzichtig gedemonteerd en de vorm werd overgenomen op een nieuwe plank. Het landje, het schuin afgeschaafde vlak waarop de volgende gang moet aansluiten, werd zorgvuldig gekopieerd en de nieuwe gang werd ingepast en bijgeschaafd net zo lang tot hij paste. Daarna moest de gang nog afgeklonken worden, maar daarmee was voldoende ervaring opgebouwd.

Omdat het moeilijk is om voldoende vrijwilligers te vinden die jaar in jaar jaar uit bereid zijn hun tijd te investeren in het onderhouden van een vloot traditionele vletten, zijn af en toe ook jeugdleden gevraagd een handje te helpen. Aanvankelijk met kleine klusjes als iets vasthouden of aangeven, maar veel kinderen vinden het leuk om aan hun eigen boot te timmeren en er in de zomer weer mee te kunnen gaan varen. Veel werk zoals klinken is goed te doen door kinderen, mits ze regelmatig afgelost worden. Bovendien leren ze dan de technieken al aan die ze later, als ze zelf oud genoeg zijn om het vrijwilligersteam te versterken, nodig hebben om opnieuw boten te kunnen restaureren.

Voor de Haven was dit werk een pure noodzaak om de vloot en dus de club te kunnen laten voortbestaan. Voor behoudsorganisaties was het een grote verassing dat er een club is die dit doet. Zij waren op zoek naar manieren om kinderen bij het behoud van klassieke en traditionele schepen te betrekken en de daarvoor benodigde technieken door te geven, maar hadden nog geen goede manier gevonden. De Haven bracht dit al jaren in praktijk en werd daarom gevraagd dit te laten zien op een groot nautisch festival in Brest (Frankrijk), waar een vlet in vier dagen tijd met veel bekijks van nieuwe spanten werd voorzien en te water werd gelaten. Daarna heeft de Haven nog een houten botenfestival in Risör (Noorwegen) bezocht, zijn er demonstraties gegeven op de Klassieke Schepenbeurs in Enkhuizen en is de Haven nogmaals in Brest geweest. Wellicht wordt dit festival in 2020 weer bezocht.

In de loop van de jaren kregen vrijwel alle boten volledig nieuwe spanten en zijn bij vrijwel elk schip onderdelen als doften, kniëen, spiegels, mastkoker, neushouten, stevenbalken en zwaardkasten vervangen. Ook zijn bij diverse schepen één of meer gangen en kielbalken vervangen.

Op deze wijze verwachten we de huidige vloot nog zeker tien jaar te kunnen laten voortbestaan. Dan zijn de vletten zo’n 50 jaar oud en zo vaak in en uit elkaar gehaald dat nieuwbouw waarschijnlijk noodzakelijk zal zijn. Of dan ook weer houten vletten gebouwd zullen worden weten we nog niet. Dat is een beslissing die onze huidige jeugdleden die nu acht tot twaalf jaar oud zijn zullen moeten nemen. Zij zijn dan begin 20 en zullen dan het bestuur en het vrijwilligersteam van de vereniging vormen. We leren ze nu om spanten te buigen en gangen te schaven, zodat ze straks de elementaire technieken beheersen om weer een traditioneel schip te bouwen.